Evaluatie

In dit onderdeel wordt jaarlijks een globaal besluit of evaluatie geformuleerd over het kader, de werking, de gebieden en de resultaten van de monitoring.

In de bestudeerde gebieden werden in 2013 territoria vastgesteld van drie soorten van de bijlage I van de Vogelrichtlijn: Bruine Kiekendief, Blauwborst en Kluut. Het geheel van bestudeerde gebieden is belangrijk voor broedvogels van Plas en Oever en voor broedvogels van Riet en Water. Voor soorten van Riet en Water blijft de Verlegde Schijns het belangrijkste gebied door de aanwezigheid van omvangrijke rietkragen. De gehele cluster van het rangeerstation Antwerpen Noord is echter belangrijk voor deze soortengroep. In Opstalvallei 1A nam het aantal rietbroeders de eerste vier jaar toe door de ontwikkeling van Riet. Riet nam tussen 2010 en 2013 met 2,5ha toe. In 2013 leken de broedvogelaantallen er te stabiliseren.

In vergelijking met de natuurdoelen halen Bruine Kiekendief, Rietzanger en Krakeend in het rangeerstation de vooropgestelde aantallen, gemiddeld genomen over een periode van tien jaar. Roerdomp, Blauwborst, Kuifeend en Bergeend halen deze normen niet. Bergeend lijkt wel toe te nemen in de richting van de natuurdoelen.

Verschillende van de onderzochte gebieden blijken een belangrijk complex te vormen voor overwinterende en doortrekkende watervogels.

De Kuifeend vormt voor eenden het kerngebied, samen met de Verlegde Schijns. Een aantal aangrenzende gebieden heeft een belangrijke aanvullende en versterkende functie. Door de aanwezigheid van verschillende aangrenzende gebieden is er een gevarieerd aanbod aan plastypes, samengaand met verschillende oevertypes en graslanden. Hierdoor biedt het gebied een verscheidenheid aan rust- en foerageerbiotopen.

Het soortenspectrum van de plas van de Hoge Maey wijzigde sterk na de droogtrekking. Futen, duikeenden en Meerkoet komen er nu veel minder voor, maar Wintertaling, Kievit en Kokmeeuw halen er nu wel grote aantallen. Voor de meeste soorten die er vroeger in hoge aantallen voorkwamen, merken we echter geen globale daling over alle bestudeerde gebieden samen. De omliggende gebieden hebben het verlies dus opgevangen. Dit is echter niet het geval voor Fuut. Fuut haalde in 2013 wel verhoogde aantallen op de Kuifeend. Krakeend overschreed op de Kuifeend de Ramsar 1%-norm opnieuw, na twee jaar met lagere aantallen. Krakeend haalde in 2013 ook terug de natuurdoelen voor overwinterende vogels. Deze doelen werden eveneens niet gehaald door Slobeend, maar wel door Kleine Zwaan.

Bij onderzoek naar bijlage IV soorten wordt Rugstreeppad niet meer onderzocht sinds 2010, vermits ze niet werd aangetroffen in de onderzochte gebieden in 2009. Voor Vleermuizen werd de sleutelrol van de Verlegde Schijns als poort naar het rangeerstation bevestigd. Ook de Antitankgracht wordt door vleermuizen gebruikt.

In Opstalvallei 1A moet het doelhabitat Riet nog verder ontwikkelen. Een herkartering van Riet in 2013 gaf aan dat een toename is van Riet met 2,5ha ten opzichte van 2010. De aanwezige rietkragen verdichten ook verder. De hydrologische omstandigheden rond de oostelijke plas zijn echter niet optimaal voor rietontwikkeling. Het gebied wordt er nog sterk gedraineerd door de Zoutebeek. De omliggende gronden zijn momenteel verruigde graslanden. Er is ook een sterke verwilging. Bij de westelijke plas zijn de hydrologische omstandigheden beter. Verruiging en verwilging worden momenteel beheersmatig bestreden. De bestrijding van wilgen is lokaal succesvol, maar niet gebiedsdekkend. Ze zou daarom moeten worden geïntensifieerd.
De ruiming van de Stadsgracht heeft een duidelijke verbetering van de waterafvoer van de Grote Kreek met zich meegebracht.

Opstalvallei 1A
Momenteel is de oostzijde van het gebied te droog voor een optimale rietontwikkeling. Het gebied wordt nog sterk gedraineerd, vooral door de Zoutebeek. Een bijkomende afgraving of een opstuwing van het water, waar ook bij de bufferstudie werd vanuit gegaan, is nodig. Daarvoor zou echter de waterkwaliteit van de Zoutebeek moeten worden verbeterd. Deze aanpassing wordt voorzien op het ogenblik dat ook de andere gebieden van Opstalvallei zullen worden ingericht. Zolang deze vernatting niet kan worden gerealiseerd, zal de verruiging van de graslanden onder controle moeten worden gehouden door maaibeheer. De bestrijding van wilgenopslag moet geïntensifieerd worden aangezien de wilgenopslag niet gebiedsdekkend wordt teruggedrongen.

Meeuwenbroedplaats
De ringgracht is momenteel op verschillende plaatsen onderbroken, waardoor er geen echte eilanden zijn. Een vossenraster werd inmiddels geplaatst. Het effect hiervan zal in de toekomst moeten worden opgevolgd. Een afscherming tegen grondpredatoren zou ook in andere toekomstige ontwerpen, zoals Opstalvallei B en C, overwogen moeten worden. De winterpeilen zouden opnieuw hoger moeten liggen.

Verlegde Schijns
Verlegde Schijns is een belangrijke toegangspoort voor vleermuizen naar het Rangeerstation. Connectiviteit via open water naar het noorden via de afwateringsgracht en de Antitankgracht en naar het zuiden naar de Ekerse Putten moeten bewaard blijven.