Opstalvalleigebied

Informatie

Status:

Habitat

Compensatiedossier

Bestemming: blijvend natuurcompensatiegebied

Streefbeeld: Riet en water, Plas en oever

Oppervlakte: 240 hectare

Inrichtingsplan

Praktisch

Ligging:

Ten noorden van het Delwaidedok op de Rechterscheldeoever, ingesloten tussen de Antwerpsebaan en de dorpskernen van Berendrecht en Stabroek.

Toegankelijkheid:

Beheerder:  Agentschap voor Natuur en Bos

Trekker: Afdeling Maritieme Toegang, Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, Infrabel

De ontwikkeling van Opstalvallei als natuurgebied compenseert onder meer de uitbreiding van het rangeerstation Antwerpen-Noord en de toekomstige ontwikkeling van het Logistiek Park Schijns. Voor de aanleg ervan moeten immers delen van het Europees beschermde Vogelrichtlijngebied De Kuifeend wijken.

De realisatie van het nieuwe natuurgebied Opstalvallei verloopt in twee fasen. Ten zuiden van Berendrecht en ten westen van de Antwerpse baan werd in 2008 al een eerste fase (62 ha) van Opstalvallei voltooid.

De tweede fase (zone  ten oosten van de Antwerpse Baan) is momenteel in ontwikkeling en beslaat een oppervlakte van 175 hectare. Het project omvat de ontwikkeling van rietmoeras, natte ruigte waterpartijen met diep en ondiep water en natte graslanden met rietslootjes. 

Beide deelgebieden zullen samen een aangesloten natuurkern vormen − een groene buffer tussen de haven en het omliggende woongebied. Opstalvallei wordt een robuust natuurlijk landschap, in de vorm van waterplassen, drassige graslanden en rietvelden. Meer over de inrichtingsplannen vind je in de nieuwsbrief over natuurgebied Opstalvallei van juni 2015

Voorbereiding

Start:

De inrichting van Opstalvallei als natuurcompensatiegebied maakt sinds het strategisch plan voor de haven van Antwerpen (2006) deel uit van het zogenaamde ‘combinatievoorstel’ voor de rechterscheldeoever.  Uit het plan-MER Afbakening zeehavengebied Antwerpen (2009) bleek de noodzaak tot de inrichting van Opstalvallei als compensatie voor de negatieve effecten op het vogelrichtlijngebied ‘De Kuifeend’. Op 11 september 2009 koos de Vlaamse Regering voor het in het plan-MER omschreven Maatschappelijk Meest Haalbare Alternatief (MMHA). De Vlaamse Regering gelastte vervolgens de bevoegde ministers met de uitwerking van het MMHA en de opmaak van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Ook het actieprogramma betreffende de milderende en natuurcompenserende maatregelen werd vastgesteld.

Op 30 april 2013 werd het GRUP 'afbakening zeehavengebied Antwerpen' definitief vastgesteld. Met het GRUP werd ook een onteigeningsplan en een onteigeningsmachtiging
verleend, op grond waarvan de percelen in het Opstalvalleigebied kunnen worden onteigend met het oog op realisatie van het natuurcompensatiegebied. Om invulling te geven aan de uit het actieprogramma bepaalde natuurcompenserende maatregelen werd een natuurinrichtingsplan voor de Opstalvallei opgemaakt.

Ter voorbereiding van het project werden verschillende studies uitgevoerd waaronder: een bufferstudie (2003-2005), ecohydrologische studies (2006-2007), oppervlaktewaterstudies (2007, 2012, 2013), een grondwaterstudie (2014), een landschapsstudie (2014) en een ontheffingsrapport op de milieueffectenrapporteringsplicht (MER-plicht) (2014). + landbouweffectenrapportage door de VLM (2014).

De periode van minnelijke verwervingen in het toekomstige natuurgebied is voorbij. Voor verdere onteigening wordt juridisch uitsluitsel afgewacht over de mogelijkhheid tot ‘onteigening bij hoogdringendheid’. 

In april 2015 diende het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (GHA) een bouwaanvraag in voor de inrichting van Opstalvallei fase 2. Het openbaar onderzoek liep van 29 mei tot en met 27 juni 2015. De aflevering van de bouwvergunning is hangende in afwachting van een beslissing omtrent het afschaffen van buurtwegen.

Realisatie

Start: januari 2008

Fase 1 van de natuurinrichting van Opstalvalleigebied omvat 62 hectare ten zuiden van Berendrecht en is ingericht als natuur sinds 2008. Deze fase compenseert een deel van de natuurverliezen van de reeds gerealiseerde havenprojecten.

Momenteel is de tweede fase in voorbereiding op het grondgebied van Berendrecht en Stabroek. Hiermee breidt het gebied uit tot in totaal 240 hectare Europees beschermde natte natuur met waterplassen, rietpartijen, drassige graslanden en struikgewas. 

Beheer

Start: september 2008

Het beheer wordt afgestemd op het verder ontwikkelen van actuele en potentiële natuurwaarden in graslanden, rietmoeras en helder open water. Schrale pioniersvegetaties zijn dan weer interessant voor ongewervelden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het feit dat het gebied deel uitmaakt van een groter ecologisch geheel van natuurgebieden in het havengebied van Rechteroever. Hieronder beschrijven we in detail de beheerdoelstellingen per natuurtype.

Rietmoeras en ruigte

Behoud en optimale ontwikkeling van de botanische diversiteit van het rietmoeras. Hierbij moet de lokale variatie in abiotiek tot uiting komen: waterriet wisselt af met overgangs- en landriet. Binnen een natuurlijke successiereeks ontwikkelen zich wilgenstruwelen als overgangsvegetaties. Hierdoor kan een soortenrijk, niet-uniform rietmoeras ontstaan. Deze vegetaties zijn van belang voor heel wat vogelsoorten (bv. Blauwborst en Rietzanger) en libellen (bv. Bruine korenbout). 

Het snel opslaand (wilgen)struweel langsheen de oeverzones van de plassen wordt net voor de winter bij lage waterstand gemaaid of gekapt zodat bij stijgend waterpeil de overblijvende stobben onder water komen te staan. Nog effectiever is het om ze uit te trekken, voor zover mogelijk. Wilgenkoepels en alleenstaande struiken tussen de natte ruigten zijn echter gunstig voor verschillende vogelsoorten, als zangpost. Ook struweel als overgang naar de gesloten vegetaties wordt gespaard en is naar natuurwaarden toe meer gunstig te onderhouden binnen een meerjaarlijks hakhoutbeheer.

Open water

Behoud van helder open water en de daaraan verbonden waterplantenvegetaties van van nature voedselrijk water. Deze zijn niet alleen botanisch gezien zeer interessant, maar de verlangingsvegetaties vertegenwoordigen ook een hoge faunistische rijkdom, zeker voor sprinkhanen en libellen. Het waterbeheer houdt vooral een gefaseerde slibruiming in. Dergelijke gefaseerde slibruimingen creëren (tijdelijk) efemere situaties en zorgen ervoor dat geschikte omstandigheden altijd aanwezig zijn (risicospreiding). Verder omvat het waterbeheer het voorkomen van verregaande verlanding. Dat kan via een gericht maaibeheer van de oevers. Het is echter niet wenselijk om jaarlijks alle waterriet of alle oevervegetatie te verwijderen. Daarom wordt gefaseerd te werk gegaan, zowel in de tijd als in de ruimte.

Natte graslanden met rietkragen

Herstel van natte, meso- tot eutrofe, soortenrijke graslanden. Dergelijke graslanden hebben niet enkel een groot avifaunistisch belang. Mits het beheer goed wordt afgestemd, herbergen natte graslanden ook een zeldzame ongewerveldenfauna. Te intensief (maai)beheer is daarom nefast. Er wordt daarom gekozen voor een gefaseerd maaibeheer, jaarlijks voor de graslanden en tweejaarlijks voor de ruigten. Een hoge dichtheid aan rietkragen wordt beoogd wegens de talrijke schuil- en broedmogelijkheden zowel voor vertebraten als voor invertebraten.

Bloemrijke, mesofiele graslanden

Ontwikkeling van het bloemrijke aspect van de schrale, drogere graslanden maar evenzeer het behoud van graslanden met een belangrijk aandeel ruigtesoorten zijn van belang voor nectarbezoekers. Het open houden van deze vegetaties, voornamelijk gelegen op de bufferdijken, is dus van belang en enkel haalbaar mits een aangepast maaibeheer. Lokaal zijn kleine landschapselementen aanwezig in de randzone.

Bos

Het is de bedoeling om het bos hoofdzakelijk spontaan te laten ontwikkelen, maar lokaal open plekken te bewaren via gerichte kappingen. Daarnaast is Opstalvallei geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten: Gewone en Ruige dwergvleermuis, Franjestaart, Rosse vleermuis, Watervleermuis en Meervleermuis.

Recente beheeringrepen

Om verruiging tegen te gaan werd het grasland gemaaid. Daarnaast werden in 2015 en 2016 de wilgen in de westelijke en oostelijke plas intensief verwijderd door vrijwilligers van Natuurpunt Antwerpen Noord. Aan de noordzijde van de oostelijke plas werden alle grote bomen afgezaagd. De kleinere bomen werden zoveel mogelijk uitgetrokken.

Toekomst

Monitoring